
Boeiende humor - Deel 3
Boeiende humor - Deel 3
Officiersopleiding
Aan de Stationsstraat, op de plek, waar nu het Leeuwenbrug complex staat, woonde een architect. Op een dag komt deze man aan het bureau en vraagt inlichtingen voor zijn zoon, die wel bij de politie wil gaan werken. Hij wordt doorverwezen naar adjudant Van Straaten, die met de werving is belast. De adjudant steekt van wal: "Na een één jarige opleiding aan de Cloese in Lochem wordt uw zoon agent, mits hij zijn diploma behaald heeft. Hij wordt dan in een politiekorps geplaatst. Na vijf jaar wordt hij hoofdagent. Tevens kan hij zijn B diploma halen, waardoor hij dan in de kaderrangen kan komen en een leidinggevende positie kan behalen."
"Mooi", zegt de architect, "Maar mijn zoon heeft het atheneumdiploma." "O, maar dan heeft hij nog veel betere kansen" antwoordt de adjudant. "Hij kan dan naar de politieacademie in Apeldoorn, waar hij leert voor inspecteur. Dat is de officiersopleiding." "En wat doen een inspecteur bij de politie dan zoal?" vroeg de architect.
"Wel, een inspecteur doet ehhh hij is ehhhh verrek, wat doet een inspecteur eigenlijk" vroeg de adjudant zich af. De zoon heeft inderdaad de officiersopleiding gevolgd..... en is later directeur van de Cloese geworden.
Oudejaarsnacht
Het was middernacht. De vuurpijlen schoten de nacht in en aan het bureau waren de collega's bezig met een feestelijk maal. De telefoon gaat. Piet, een collega, die al tegen zijn FLO. liep, loopt naar de meldkamer en neemt de telefoon op. Even later zit hij weer aan tafel.
"Bijzonderheden?" vraagt de wachtcommandant. "Welnee" antwoordt Piet. "De één of andere idioot, die de hele avond al belt voor allerlei flauwe kul. Nu zegt hij, dat de Zandweerd in de fik staat." Piet gaat verder met de maaltijd. Een minuut later meldt de brandweer een uitslaande brand bij Auping op de Zandweerd.
Wijn maken
Jannes had een leuke hobby. Aan de zuidkant van zijn woning had hij een paar wijnranken staan. Toen de druiven geplukt waren, besloot Jannes om daar dan ook wijn van te maken. Via de literatuur, die er op dat gebied te koop is, wist hij van de hoed en de rand. De flessen had hij koel in de kelder liggen om te rijpen, zoals dat hoort. Aan de collega's in de ploeg had hij over zijn hobby verteld.
Op kerstavond was een feestelijke avond gedekt, uitbundig voorzien van frisdrank. Twee collega's gingen er even uit. Ze reden linea recta naar de woning van Jannes. "De groeten van uw man" zeiden ze tegen Harmke, de vrouw van Jannes, "en of wij een paar flessen wijn mee mogen nemen. Harmke dacht dat de zaak wel in orde was en gaf de collega's een paar flessen van Jannes zijn trots mee.
Over de kwaliteit van de wijn heb ik eigenlijk nooit iets gehoord.
Pornofilms
Bennie ons technisch genie aan het bureau, had een videorecorder gekocht. Op een dag haalt hij bij een videotheek enkele pornofilms, die hij 's avonds met zijn buurman, terwijl de vrouwen weg zijn, bekijkt. Na afloop worden de banden in de schuur verstopt.
"Voor de kinderen" zei Bennie naderhand, maar dat geloven we natuurlijk niet. De banden werden echter vergeten, zodat na enkele dagen de eigenaresse van de videotheek bij Bennie aanbelt. Helaas was Bennie niet thuis. Zijn vrouw wel......
"Ik kom de banden halen" zegt de videothecaresse, "U weet wel, die uw man heeft gehuurd". "Mijn man heeft niets gehuurd" zegt Bennie's eega die de deur weer dichtdoet.
's Avonds vertelt ze het verhaal aan Bennie, die leuk rood begon te kleuren. Hij heeft heel wat uit te leggen gehad.
Modderbad
Bennie was zijn huis aan het verbouwen. Joop en Henk hielpen hem daarbij. Op een dag was het Bennie goed in de rug geschoten en stelde hij zich onder behandeling van een fysiotherapeut. Deze had een wondermiddel: een modderbad.
De temperatuur van de modder was goed en Bennie werd aangeraden zich geheel te ontspannen. Dat deed hij dan ook. Hij deed de ogen dicht en viel prompt in slaap om enkele uren later gewekt te worden door de werkster, die zich een ongeluk schrok. Het bleek, dat de fysiotherapeut hem totaal vergeten was en naar huis was gegaan.
Toen Bennie weer thuis kwam, werd hij opgewacht door een honende Joop en Henk, die er stevig van baalden, dat Bennie er tussen uit geknepen was en hun het werk liet doen. Dat ze het verhaal van Bennie niet geloofden, spreekt vanzelf, wie gelooft zo'n smoes nu wel?
Ochtendbespreking
Elke ochtend wordt een ochtendbespreking gehouden. De zaken van de voorgaande dagen worden doorgenomen en de taken voor de dag worden verdeeld.
Op een ochtend wordt door de late dienst van de vorige dag verslag gedaan van hetgeen zich tijdens deze dienst heeft af gespeeld. Rob, die dienst had gehad, doet verslag. De vorige avond was er een melding in het Geertruiden ziekenhuis. Daar was een insluiper gemeld, en Rob en zijn collega waren er op af gegaan. De betrokkene was een goede bekende van ons, reden waarom de man door de collega's meegetroond werd naar een douche ruimte. "Daar hebben we hem naakt laten uitkleden" verklaarde Rob, "Maar we konden hem niets hard maken".
Richting aangeven
Ben had al een uur gesurveilleerd en zijn ergernis over de fietsers, die maar van richting veranderden, zonder dit kenbaar te maken groeide gestaag. Daar was weer zo'n lapzwans, die meende dat de regels alleen maar voor anderen golden, maar niet voor hem, en linksaf sloeg zonder richting aan te geven.
Ben draait het portierraam open en snauwt tegen de fietser: "Zeg, zou jij je arm niet uitsteken?"
"Dat zou ik graag willen doen", zegt de man, "als ik een linkerarm zou hebben." Toen zag Ben pas de lege linker mouw, die in een jaszak was gestoken.
De paling
Op een dag werd er een waterlijk gemeld, dat opgedoken was bij het pontje. Met mijn vaste maat, nou ja..., Gerrit, moest ik erheen. Het was mijn eerste waterlijk, dus ik stond er nogal afkerig bij. De brandweer haalde het lijk naar boven waar het op de kade werd gedeponeerd.
Ineens kronkelde er tot mijn grote afschuw een dikke paling uit de mouw. Vol afgrijzen deinsde ik achteruit, maar Gerrit schoot naar voren, greep de paling achter de kop en riep: "Di'n is voor mien."
Ik neem aan, dat hij hem ook inderdaad genuttigd heeft. Het heeft jaren geduurd, voordat ik weer paling at.
De architect
Hendrik, onze verkeersman, fietste eens in burger naar huis na een spannende dag vol verkeersdelicten.
Bij een verkeerslicht zag hij een auto met aanhanger en tot zijn grote afgrijzen zag hij enkele kinderen op de aan hanger. Hij sprak de bestuurder aan en wees hem op zijn gedraging, zoals dat tegenwoordig in de Wet Mulder heet. De man stapt uit en zegt: "Wat wilde ik nu graag, dat ik architect was".
"Wat heeft dat er nu mee te maken?" vraagt Hendrik. "Dan zou ik jouw smoel eens fijn gaan verbouwen" zegt de man en stapt weer in.
"Ik zal je een tekening nasturen" schreeuwt Hendrik de man na, maar de auto reed toen al weg.
Consulbewaking
Op een dag was de DV 7, de pantserauto bij het consulaat, aan een grote beurt toe. De bewaking moest wel doorgaan, dus werd er bewaakt in het consulaat.
Wim zat op wacht en de bel gaat. De Turkse politieman, die in Deventer portiersdiensten verricht, opent de deur en voordat hij iets kan zeggen of doen wordt hij voorbijgelopen door een alleraardigst oud vrouwtje, dat al kwebbelend op Wim toeloopt. "Ach jongen, zit je daar. Ik had je buiten al gemist, dus dacht ik wel, dat je hier zit. Hier heb ik wat lekkers voor je. Eet het maar lekker op, want daar zul je wel zin in hebben" En al kwebbelend verlaat ze het consulaat, Wim met een saucijzenbroodje en de Turkse politieman met een kater achterlatend.
"Your Mother ?" vraagt de man. "Nee" zegt Wim, "Maar het broodje smaakt prima. Ook een hap?"
Consulbewaking II
Voor de bewaking van de woning van de Turkse Consul werd een beroep gedaan op de collega's van de Rijkspolitie.
Op een ochtend was de bijstand niet verschenen. Om 08:15 uur belt een collega uit Staphorst op, excuseert zich en zegt, dat hij zich verslapen heeft. Hij zou echter zo gauw mogelijk komen. Dat klopte inderdaad. Met een gang van 170 km per uur is de man over de dijk geblazen, zoals hij zelf vertelde. Een mede automobilist, die kennelijk ook haast had, bleef achter hem rijden.
Dat werd de man te gortig. Als je, politieman zijnde, verslapen hebt, mag je uiteraard te snel rijden. Maar een burger moet de euvele moed niet hebben om dit te doen. Daarom had hij hem maar opgeschreven.
Dakbedekking
Harry en Ben waren in een gesprek verwikkeld over de bouw van een schuur. Harry zegt, dat hij op het dak teer doet, met daarover grind. "Dat is toch een volkomen achterhaalde techniek" zegt Ben, "Niemand gebruikt daar tegenwoordig toch grind voor."
"Dat kan wel zijn" was Harry's repliek, "Maar ik heb het grind gratis gekregen."
Het bloemperkje
Het oude politiebureau was gevestigd aan het Grote Kerkhof. Nu heet het "Het Landshuis" en vinden er veel trouwerijen plaats. Achter het bureau bevond zich de binnenplaats. Aan deze binnenplaats bevond zich ook de dienstwoning van Sluizeman, de conciërge van het stadhuis.
Sluizeman woonde daar samen met zijn schoonmoeder en zijn vrouw. In deze volgorde, want mevrouw Sluizeman zag je weinig, Oma des te meer. Dat Sluizeman gek was met oma was duidelijk. Als oma ging wandelen, was dat altijd aan de arm van Sluizeman. Sluizeman was ook gek op tuinieren. De mogelijkheden op de binnenplaats daartoe waren echter uiterst beperkt. Daarom beperkte "de Sluuze ", zoals wij hem noemden, zich tot het onkruid vrij houden van de klinkers. Toch voldeed hem dit niet echt. Geleidelijk aan verdwenen er enkele klinkers om plaats te maken voor een struikje of een bloemplantje.
Op een keer had Sluizeman van de burgemeester toestemming gekregen om in een hoekje enkele tegels te verwijderen en daar een bloemperkje te maken. Enthousiast ging "de Sluuze" aan het werk en al gauw had hij een strook van 1 x 1,5 meter omgespit. Het was inmiddels avond geworden en het werk werd neergelegd. Morgen zou hij gaan planten.
Jan van Straaten had die dag ochtend/nacht. 's Middags had hij Sluizeman zien spitten en toen hij de nachtdienst inkwam constateerde hij dat de omgespitte strook nog niet bewerkt was. Jan toog aan het werk en toen hij klaar was, bekeek hij zijn werk nog eens goed; het zag er prima uit.
De volgende dag, toen Sluizeman verder wilde werken aan zijn perkje, werd hij geconfronteerd met een eenvoudig houten kruis met de tekst: "Rust zacht, lieve Oma."
Posten
Op een nacht waren Ben en Sjirk met een burgerauto aan het posten.
Op de Zandweerd werd er behoorlijk ingebroken en ze hadden een bepaalde knaap op het oog, die ze wel verantwoordelijk achtten voor de inbraken. Hun geduld werd beloond. De man in kwestie dook op uit een gangetje tussen twee huizen en om te voorkomen, dat ze ontdekt werden, doken Ben en Sjirk naar beneden. Hierbij raakten ze echter een schakelaar, een heel kleintje maar, maar de gevolgen waren groot. Het stopbord op de hoedenplank kwam zoemend overeind en in volle glorie stond er in pulserende letters te lezen: "STOP POLITIE".