Boeiende humor - Deel 5

Boeiende humor - Deel 5

Een "Wereld" aanhouding

Ben had eens op een ochtend dienst op de meldkamer.

Hij was al enkele keren de wacht ingelopen, waar hij met enkele opmerkingen diverse collega's tegen zich in het harnas wist te jagen. Op een gegeven moment komt hij weer de wacht binnenlopen met een beminnelijke grijns op zijn gezicht. "Wie wil er een wereldaanhouding verrichten?" vroeg hij. De reactie was voorspelbaar: De één was druk bezig de krant te lezen, de ander moest nodig nog een verbaal opmaken, de derde verdween naar het toilet. "Ik ben wel serieus hoor" zei Ben, nog steeds grijnzend, maar werd niet geloofd.

Totdat de collega's geconfronteerd werden met rennende rechercheurs en piepende banden op de binnenplaats. Ben legde toen aan de beteuterde collega's uit, dat hij een tip gekregen had, dat een persoon, waar de recherche al wekenlang naar uitkeek om hem in te rekenen, zich in zijn woning bevond. Toen de collega's van de surveillancedienst van de aanhouding afzagen, heeft hij die van de recherche maar gebeld, die wel reageerden.

Geluidsoverlast

Een artikel 8 werd binnengebracht om te blazen, toen er tevens een melding binnenkwam van een ergerlijke geluidsoverlast. Er werd beraadslaagd, wat prioriteit had, totdat de verdachte de oplossing bracht: "Maken jullie het proces verbaal maar" zei hij, "dan doe ik de geluidsoverlast wel."

De IJsbaan

Een behoorlijk in de war zijnde man meldde zich aan de hoofdingang.

Via de intercom deed hij zijn verhaal. Hij kwam al jaren in Deventer schaatsen op de ijsbaan. Vanmiddag had hij nog gebeld of de baan vanavond vrij was en hem werd verzekerd, dat hij kon komen. "Kom ik op de Rembrandtkade, blijkt dat de hele baan verdwenen is" zegt hij al hoofd schuddend.

Van de Scheg had hij nog niet gehoord en dat werd hem maar uitgelegd.

De beëdiging

Frank is zijn carrière begonnen in het grote korps Den Haag. Samen met 39 andere aspiranten werd hij beëdigd door de grote baas, hoofdcommissaris Brand.

Frank viel de eer ten deel om nadien namens de andere adspiranten het woord te voeren. Hij deed dit op een ludieke wijze. Hij sprak de hoofdcommissaris toe en sprak zijn verbazing uit, dat het hem opgevallen was, dat de hoofdcommissaris vaak met vette koppen de krant haalde. De heer Brand, verguld met zoveel lof, vroeg of Frank daar voorbeelden van kon geven. Frank had zich terdege voorbereid en op een groot stuk papier had hij de vette krantenkoppen geplakt:

BRAND DOODT 10.000 KIPPEN
BRAND IN BORDEEL
BRAND VERWOEST FABRIEKSCOMPLEX
BRAND OORZAAK DRAMA

De hoofdcommissaris lachte als een boer die kiespijn heeft. De personeelschef, die Frank had aangenomen, zei hem later: "Ik heb genoten, maar je carrière kun je hier wel vergeten."

Dit begreep Frank dus ook en daarom is hij maar naar Deventer gegaan.

Arrestantenbewaking

Als een arrestant naar beneden, naar het cellenblok, gebracht werd, kwam de arrestant en de begeleider voor een afgesloten deur. Via de intercom moest de bewaker zich melden. Een stereotiep grapje is dan, dat de meldkamer vraagt om een wachtwoord.

Op een dag moest Erol een arrestant naar beneden brengen en ook nu werd het "wacht woord" gevraagd. Erol was een beetje kribbig, omdat hij het druk had en dit beetje oponthoud nu net niet kon gebruiken. Duidelijk geïrriteerd riep hij: "Lul". Hierop ging de deur open.

De arrestant lachte zich rot en zei: "Ha, nu weet ik het wachtwoord ook."

De wijkagent

Bertus en Gerard, beide collega's leven helaas niet meer, hadden eens samen surveillance. Bertus was wijkagent van de Rivierenwijk. Hij stond alom bekend om zijn breedsprakigheid. Destijds werd gefluisterd, dat burenruzies reeds in de kiem door de buurt werden gesmoord, uit angst, dat Bertus zou gaan bemiddelen.

Bertus vroeg Gerard even naar de Zaanstraat te rijden, omdat hij daar even iemand moest spreken. Op het bewuste adres belde Bertus aan. De deur werd opengedaan, maar Bertus werd niet binnengelaten. Er ontstond een gesprek aan de deur, waarbij Gerard later vertelde, dat hij door het heftig gesticuleren van Bertus en de wijkbewoner, de indruk kreeg, dat het er stevig aan toe ging. Gerard zette zich dus scherp om bij een eventuele uitspatting Bertus terzijde te kunnen staan. De spanning heeft ruim een half uur geduurd en Gerard hoefde niet in actie te komen. Eindelijk kwam de zaak weer tot rust en Gerard zag, dat Bertus na een ferme handdruk weer richting auto liep.

"Wat was er toch aan de hand?" vroeg Gerard. "Och niets" antwoordde Bertus. "Het bleek de verkeerde straat te zijn. Kun je me even naar de Dommelstraat rijden?"

Ambtsjubileum

Brigadier Gerard is een beste Peer. Niet al te snel maar zeer secuur. Ook de tijd is voor Gerard doorgegaan. Voor hem misschien iets langzamer dan voor een ander, maar ook hij bleek ineens 25 jaar bij de politie te werken. Boze tongen beweren echter, dat hij er 27 jaar over gedaan heeft.

Aanhouding van een collega

Op een avond werd ik gebeld door de wachtcommandant van een politiekorps in Twente.

Hij vroeg, of er ook een collega Jonkman in ons korps werkzaam was. Ik ontkende dat, waarop de vraag kwam, of ik dat wel zeker wist. Ik vertelde de man dat ik reeds 25 jaar in Deventer werk en wel geacht werd mijn collega's te kennen.

Het geval was, dat een in politie uniform gestoken persoon in Twente het bureau was binnen gewandeld met het verhaal, dat hij een zaalvoetbaltoernooi aan het organiseren was, waarvan de opbrengst ten behoeve van gehandicapte kinderen was. Hij zei in Deventer te werken en vroeg of de collega's wilden sponsoren. Dat wilden de collega's wel en hij heeft het bureau verlaten met een geldbedrag van fl. 290,. Medelevend vertelde ik mijn collega wacht commandant dat hij vermoedelijk naar zijn geld kon fluiten.

Vol leedvermaak vertelde ik het verhaal in de wacht. Even later gaat de telefoon weer. "U spreekt met Jonkman. Ik ben een collega van u en ben bezig met het organiseren van een zaalvoetbaltoernooi. Ik zoek sponsors en vraag me af of ik bij u misschien daarvoor terecht kan. Ik dacht "Bingo" en nodigde de man hartelijk uit om vooral Deventer niet te vergeten. Een uur later gaat de bel van de voordeur en via de intercom meldt zich een Jonkman, die zegt reeds met de wachtcommandant gesproken te hebben. Ik laat de man binnen en in de meldkamer laat ik hem het woord doen. De man was gekleed in een ouderwets 3 knoops tuniek. Ik had reeds gezien, dat hij geen pistool bij zich droeg, aangezien dit tuniek open stond. Toen ik genoeg gegevens had, riep ik Hans en Frank erbij, die zich in de typekamer bevonden. Ik vertelde hun, dat de man was aangehouden en vroeg hen of zij de man in het aquarium wilden plaatsen. Zowel "Jonkman" als Frank protesteerden hevig; je gaat toch geen collega aan houden!

Tenslotte heb ik Jonkman zelf maar bij de lurven gepakt en hem in het aquarium gedeponeerd. Toen ik op het punt stond de politie in Twente te bellen met het verheugende nieuws, dat de onverlaat was aangehouden, stak Hans er een stokje voor. "Wacht eerst even op de collega's" zei hij en drukte de telefoon weer in. Geïrriteerd zei ik hem, dat hij zich met zijn eigen zaken moest bemoeien. Tenslotte was ik niet onder de indruk van de manier, waarop hij en Frank mij hadden bijgestaan bij de aanhouding. Maar Hans bleef aanhouden en toen in zijn gezicht keek, voelde ik pas nattigheid.

Ik zei hem, dat als dit een stunt was, en hij daarvoor verantwoordelijk was, hij kon opdonderen, ik wilde hem dan niet meer zien. Toen kwam de aap uit de mouw. Toen ik zo enthousiast het verhaal uit Twente vertelde, werd spontaan een idee geboren. De verkeersdienst hield op dat moment een alcoholcontrole samen met enkele reservisten. Eén der reservisten werd bereid gevonden om zich als Jonkman telefonisch te melden, zodat er geen stemherkenning plaats zou vinden. Eigenlijk zou dat het einde van de grap moeten zijn, maar de zaak rolde en was niet meer te stoppen. De collega van de consul bijstand, die eerder die avond rechtstreeks naar zijn bewakingsobject gegaan was, en die mij niet kende, werd bereid gevonden om als Jonkman te fungeren en werd daartoe een oud tuniek ter beschikking gesteld, waarmee de zaak rond was.

Op het moment, dat je in de gaten hebt dat je belazerd bent, voel je je knap lullig. Dit gevoel heeft ongeveer de halve nacht geduurd, te meer daar Hans schijnheilig vroeg, of hij alsnog kon opdonderen. Hij mocht toen het consulaat gaan bewaken.

De ingetrapte deur

Op een nacht moest een persoon aangehouden worden op de Rivierenwijk. Vergezeld van een last togen de collega's naar het adres.

Het bleek, dat de woning in 3 appartementen was verdeeld. Eén der appartementen was in gebruik bij een prostitué en in een ander appartement zou de verdachte huizen. De dame zei, dat betrokkene thuis moest zijn. Toen op het bellen de deur niet opengedaan werd, werd deze in getrapt. Helaas, de man was niet thuis.

Aan het bureau werd een bericht voor Bennie achtergelaten met het verzoek de deur weer te repareren. Om een uur of elf toog Bennie Rivierenwijk waards en belde op het adres aan. Hij werd binnengelaten door de bewuste dame, die zich prompt begon uit te kleden. Ondanks de vele pin ups in zijn werk ruimte kreeg Bennie het steeds warmer en stotterde, dat hij kwam om de deur te repareren. Hij wist niet, hoe gauw hij weer weg moest komen, maar de deur moest wel gemaakt worden. Tenslotte heeft hij de deur in het geheel maar meegenomen en hem aan het bureau gerepareerd.

Lastige caféklant

Op een nacht kwam er melding, dat in een café in de binnenstad een dikke neger moeilijk heden veroorzaakte. Men vroeg onze interventie om de man te verwijderen.

Bert gaat met een collega ter plaatse en wordt geconfronteerd met de ons alom bekende Brewster, een psychiatrisch patiënt, die meent recht te hebben op een dansje met alle dames. Bert bedenkt zich niet lang en bevrijdt een angstige dame, die vast in de armen van Brewster hangt. Vervolgens neemt hij de danshouding aan, pakt Brewster beet en walst met hem richting uitgang.

Dat er een opstapje was, was zowel Bert als Brewster ontgaan en languit liggen ze bij de uitgang, nog steeds in innige omstrengeling, maar het bedoelde oogmerk was wel bereikt.

Probleem

Op een ochtend komt een jonge wachtmeester van de Rijkspolitie het bureau binnen. Aktetas onder zijn arm en een tikkeltje gewichtig.

Hij meldt zich bij de portier en vraagt een audiëntie bij de wachtcommandant aan. "Brigadier", begint hij zijn verhaal, "Ik zit met een klein dingetje."

De wachtcommandant, een oudere bezadigde man, antwoordt: "Jongen, daar moet je niet te erg mee zitten. Zelf heb ik hem ook niet veel groter."

Wat is oud?

Diezelfde bezadigde wachtcommandant is vaak kwaad op mij geweest. Hoe kan het ook anders. Ik was de nagel aan zijn doodskist, althans volgens hem.

Bij een dodelijke aanrijding vroeg hij naderhand aan mij, of het slachtoffer een oude man was. Ik antwoordde bevestigend; de man was namelijk 52 jaar en ik was 20.

Pas toen hoorde ik, dat de wachtcommandant 54 jaar was.

De parkiet

Op een avond werd er een parkiet aan het bureau gebracht. Niet zo maar een gewone huis tuin en keukenparkiet.

Nee. Dit was een sierparkiet. Het beest was keurig in een kartonnen doos verpakt met gaatjes erin, waarschijnlijk om te voorkomen dat het beestje zou stikken. Het geheel was omwonden met een stuk touw. Ik had nog nooit een sierparkiet gezien. Voorzichtig loerde ik eens door de gaatjes, maar dat was niet genoeg. Mijn oordeel over een sierparkiet was nog niet gevormd. Gerrit, dezelfde, die in de kuil gevallen was, had mij al enkele keren bij de doos weggejaagd. Gerrit had zelf een volière en de vogel zou daar volgens hem beslist niet misstaan. Gelukkig moest Gerrit even een plas doen. Ik zag mijn kans schoon en peuterde het touwtje los. Het volgende moment zat het beest op de TL kap in de wacht. Inderdaad, het beest had een prachtige staart, wel 3 keer zo lang als de vogel zelf was.

Ik hoorde Gerrit doortrekken, dus de parkiet moest gauw weer in de doos. Met zo'n staart moest dat toch niet moeilijk wezen. Ik deed een greep, hoorde Gerrit achter mij roepen: "Niet aan de staart" (hij was dus klaar met plassen) maar het was te laat. In mijn hand hield ik een prachtige staart en de vogel zat op de andere TL balk.

Tenslotte hebben we hem weten te vangen. We hebben hem maar naar het asiel gebracht.

Snert

Tijdens de wereldkampioenschappen schaatsen in 1969 had ik dienst. Samen met Gerrit, jawel.....

Om 12.00 uur werd er een prachtige pan met snert aan het bureau gebracht, gekookt in de Westenbergkazerne, en daar kunnen ze snert maken werd mij verzekerd. Gerrit schepte zijn bord vol, en niet zo zuinig met stukken worst. De oppervlakte van zijn bord was meer bruin dan groen. Zelf mocht ik van Gerrit 4 stukjes worst erin doen. Ik vond dat wel wat schraal, maar goed, Gerrit had 3 strepen en ik maar 2, en dat was in die tijd een wereld van verschil. Gerrit was iets eerder klaar dan ik, en schepte zijn bord voor de tweede keer vol. De snert smaakte mij ondanks de mindere hoeveelheid worst ook uitstekend; de kwaliteit was terecht geprezen.

Dus stond ik op het punt mijn bord weer vol te scheppen, toen ik zag, dat Gerrit mij bestraffend aankeek. "Zou je niet aan je collega's denken?" kreeg ik te horen.

En toen de stoel

Ik zag Gerrit zijn tweede bord leegeten, maar durfde er zelf niet meer aan te denken. Ineens leek Gerrit kleiner te worden. Zijn hoofd kwam steeds dichter bij het bord, dat nog lang niet leeg was. Verbeelding kon het niet zijn, want even later was Gerrit verdwenen, en het bord snert stond er nog.

Ik keek onder tafel en zag dat Gerrit op de grond zat. De poten van de stoel waren uit elkaar gebogen, waarschijnlijk onder het gewicht van de worst, en konden de last niet meer dragen. Gelukkig voor Gerrit gebeurde het slechts geleidelijk, anders was hij vast 6 weken ziek geweest. Nu werden het er maar 3.