Boeiende humor - Deel 4

Boeiende humor - Deel 4

Parkeercontrole

Ingrid was net aangesteld bij de parkeerpolitie. Als mentor was Erik aangewezen.

Erik had een hoop achterstallig werk en zat achter de terminal de zaak weg te werken, terwijl Ingrid, leergierig als ze is, honderd uit vroeg. Zowel geconcentreerd bezig zijn als de vragen van Ingrid te beantwoorden kon zelfs Erik niet aan. Tot overmaat van ramp gaat de telefoon ook nog eens en Erik, die zo langzamerhand alles door elkaar begint te halen, pakt de hoorn van de haak en meldt zich in: "Parkeerverbod".

De arrestatie

Van de collega's van de recherche krijgt de nachtdienst vaak het verzoek een persoon te arresteren, waar de dagdienst dan mee aan de slag kan.

Op een vroege ochtend toog de ploeg rond 06:00 uur Rivierenwijk waards om een crimineel in te rekenen. Aan de voorzijde belde een collega aan, voorzien van een last, maar aan de achterzijde hadden Ben en Jan post gevat om een eventuele vluchtweg onmogelijk te maken. Dat deze tactiek juist was bleek uit het feit, dat Ben en Jan door de spleten van de schutting heel langzaam de deur kruk van de achterdeur zagen bewegen. De schuttingdeur was afgesloten, dat hadden ze al geconstateerd. Op zijn tenen, de schoenen in de hand, kwam de gezochte de achterdeur uit sluipen. Ben en Jan zaten achter de schutting zich te verkneuteren en maakten fluisterend ruzie, wie de man mocht pakken. Heel langzaam gaat de schuttingdeur open en als twee duveltjes uit een doosje staan Jan en Ben op uit hun gehurkte houding.

De man schrikt zich rot en deinst achteruit, waarbij hij pardoes de vijver in loopt, die in de tuin was aangebracht en die Jan en Ben over het hoofd hadden gezien. De arrestatie echter was geslaagd.

De zonnebril

Rob had een nieuwe zonnebril gekocht. Altijd had hij van die goedkope lorren gekocht, die het nog geen seizoen uithielden. Nu had hij zich een Ray Ban aangeschaft en apetrots liet hij zich met de bril dure bewonderen.

Op een gegeven moment moest Rob even naar het toilet. De bril bleef onbeheerd op de tafel in de wacht. Een collega haalde als grap een kleine schroevendraaier te voorschijn en begon heel voorzichtig de bril te demonteren, tot en met de glazen. Toen Rob terugkwam in de wacht, lagen de diverse onderdelen kris kras door elkaar. "Sorry Rob", werd er gezegd, "Het dagrapport kwam per ongeluk op de bril te liggen, en daar kon de bril niet tegen".

"Altijd hetzelfde gedonder met die brillen" antwoordde Rob, "of je nu een dure of een goedkope hebt, ze kunnen nergens tegen" en tot verbijstering van de collega's griste Rob de onderdelen bij elkaar, draaide de hele zaak kapot en smeet de resten in de vuilnisbak.

Buitengesloten

Zoals destijds vaak gebruikelijk was, is de wachtcommandant 's nachts alleen aan het bureau. Op een nacht had ik dienst. De collega's waren buiten op straat en ik nam de honneurs aan het bureau waar.

Ineens werd er aan de voordeur gebeld. Via de intercom wenste een man de wachtcommandant te spreken. Ik liep naar de voordeur en open die. De man die in de hal stond eiste op hoge toon een arrestant te spreken, die eerder die avond binnengebracht was. Ik zei, dat dit niet mogelijk was en sloot de deur weer om mijn plaats op de meldkamer weer in te nemen.

Toen ik halverwege in de gang was, hoorde ik een soort geruis en toen ik omkeek, zag ik, dat de ruit van de voor deur, die uit veiligheidsglas bestaat, vernield was. De man in de hal had er uit kwaadheid een trap tegen gegeven, en daar kon de ruit niet tegen. Ik opende de deur weer en ging achter de man aan, die aanstalten maakte om zich uit de voeten te maken. Op het moment, dat ik de man greep, hoorde ik een droge klik en ik wist, dat de deur weer in het nachtslot zat en ik er met de arrestant niet meer in kon, omdat er verder niemand aan het bureau was. Ik ben maar met de man om het bureau heengelopen. Gelukkig had ik mijn sleutelbos bij mij, dus ook de sleutel van het hek en de arrestant hield zich verder koest.

Sinds die tijd heb ik 's nachts de meldkamer niet meer verlaten.

De aansteker

Ik ben in het bezit van een Zippo aansteker, waar ik best wel trots op ben. Zippo garandeert zijn aanstekers een leven lang en dat hebben ze mij bewezen.

Op een keer zat ik in de wacht en gooide suikerklontjes op en probeerde die met de wapenstok te raken. Soms lukte het, vaak niet. Frank zat tegenover mij. Hij greep de Zippo die op tafel lag, en gooide die omhoog. Ik haalde uit, realiseerde mij, dat het mijn aansteker was, maar de beweging was reeds ingezet en het was nog raak ook. De Zippo vloog tegen de muur, waar hij in 3 stukken uit elkaar vloog. Ik zei tegen een gierende Frank dat ik dit niet leuk vond, maar dit was Mosterd na de maaltijd. De aansteker leverde ik bij Jansen aan de Brink in met de mededeling, dat die gevallen was. Dat het met een grote klap tegen de muur was, vertelde ik er maar niet bij.

Een week later kon ik de Zippo weer ophalen en de reparatie was gratis.

De camper

Jan is een verdienstelijk Doe-het-Zelver. Hij kocht een oude Iveco truck op, knapte het geval helemaal op en bouwde er een camping unit op. Het resultaat was, dat hij nu in het bezit is van een plaatje van een camper, waar menig oog jaloers op rust. Zo ook het oog van onze verkeersman Henk.

Vlak voor zijn vakantie had Jan zijn camper gestald op de binnenplaats. Henk komt 's morgens de binnenplaats op fietsen, krijgt de camper in het oog en vol bewondering staart hij naar het geval, ondertussen wel doorfietsend. Met feilloze zekerheid stuurde hij op de muur van de lucht plaats aan, nog steeds de camper in het oog houdend en dromend hoe hij daar zijn vakantie mee door zou brengen. Zijn droom werd wreed verstoord toen hij de muur bereikte. Met een sierlijke boog vloog hij op het dak van de lucht plaats en gleed boven op zijn fiets, die inmiddels niet meer het model had als enkele ogenblikken daarvoor. Helaas voor Henk waren enkele collega's getuige van dit, zo niet heugelijke, dan toch wel spectaculaire feit en het was dagen lang het gesprek van de dag.

Tenslotte werd Henk te verstaan gegeven, dat men beter over je fiets kan lullen, dan over je lul fietsen.

De roeiregatta

Enkele jaren geleden hebben enkele collega's meegedaan aan een roeiregatta, die startte in Rees in Duitsland. De aankomst in Deventer viel zelfs de grootste pessimist mee en voor een ploeg, die niet dagelijks roeit was het een knappe prestatie.

Eén der deelnemers was Henk, de hondengeleider. De nacht tevoren werd doorgebracht op een camping te Rees, waar de collega's in een grote tent sliepen. Midden in de nacht werden de collega's gewekt door een flinke wind. Niet buiten de tent, maar er binnenin. In zijn slaap werd de natuurlijke drang Henk te groot en dit uitte zich in een ontploffing in zakformaat. Henk mompelde "sorry" en voelde in zijn broek, of alles goed was. Dit bleek dus niet het geval te zijn. Er was een theelepeltje vol (het mag iets meer zijn) meegekomen.

De volgende ochtend, toen de collega's hun tanden poetsten, was Henk zijn onderbroek onder grote hilariteit aan het spoelen.

De autosleutels

Tijdens de surveillance zagen Ben en Bert een notoire verkeerszondaar rijden, René genaamd. René was er altijd op uit de politie uit te dagen en meestal lukte hem dat ook wel, waarop dan weer een achtervolging ingezet werd.

Ook dit keer was het weer raak. Achtervolgd door de politie reed hij weer dwars door de stad. Op de Snipperlingsdijk, langs het kanaal wisten Ben en Bert hem klem te rijden. Eigenlijk was René niet veel hard te maken, echte overtredingen had hij nog niet begaan en ook zijn rijbewijs had hij bij zich. Wel bleek, dat hij de auto, waar hij in reed, een week tevoren gekocht had. Op de vraag van Ben of hij de auto al had verzekerd, moest hij het antwoord schuldig blijven. "Dan word de auto in beslaggenomen kreeg René te horen. René ontstak in woede en schreeuwde: "Dan moet je maar zien hoe je hem naar het bureau krijgt" waarop hij de auto sleutels met een sierlijke boog het kanaal ingooide.

Bert had inmiddels via de portofoon te horen gekregen, dat de auto nog wel verzekerd was, dus de grond tot inbeslagname was er dan ook niet meer. Dit werd René medegedeeld, waarna de collega's vriendelijk afscheid namen en wegreden, René totaal verbouwereerd achterlatend.

Handen wassen

Op een keer wilde Gerard in de toiletruimte achter de wacht zijn handen wassen. Hij had de zeep al in zijn hand gepompt, toen hij vanuit de wacht geroepen werd.

Met het kwakje zeep nog in zijn hand kwam hij de wacht in, waar op dat moment net een vrouwelijke collega van de bijstand zat. Ze ziet de hand met inhoud, ziet ook waar Gerard vandaan kwam en vraagt aan een verbouwereerde Gerard of dat nu alles is .......

De ezel

's Nachts was een dronken man binnengebracht. Hij kon niet meer op zijn benen staan en dus werd besloten hem zijn roes in het aquarium uit te laten slapen.

Later in de nacht werd gemeld, dat op de Ceintuurbaan een ezel liep. Toen hadden we nog niet een modern asiel zoals tegenwoordig. De ezel kon daar niet blijven lopen en dus werd ook de ezel naar het bureau gebracht en in het aquarium geplaatst. 's Morgens werd de dronken man nog enigszins beneveld wakker en wreef zijn ogen uit. Hij had wel eens van roze olifanten gehoord maar niet van grauwe ezels als onderdeel van zijn delirium. Hij gaf te kennen, dat hij naar huis wilde. Dat kon uiteraard, maar dan moest hij zijn ezel meenemen. "Wat, mijn ezel" zei hij, "ik heb het beest nog nooit eerder gezien."

We probeerden hem te overtuigen, dat hij samen met de ezel was aangetroffen, en tenslotte begon de man het ook te geloven. Met een gezicht van: "Wat beuren mot, mot beuren" nam hij de ezel bij het touw en stond op het punt het bureau te verlaten, toen de eigenaar van de ezel zich gelukkig meldde.

Kerstballen

Tegen de kersttijd verschijnen er in de huizen en meeste openbare gebouwen de kerstbomen, maar in het politiebureau was daar nog nooit aan gedacht.

Totdat enkele collega's een officieel verzoek indienden bij de commissaris, die daar welwillend tegenover stond. Op kosten van de dienst mocht er een kerstboom met toebehoren worden aangeschaft. Jan Van Straaten belastte zich met de aankoop. Onze penningmeester was Willem Peters, die de financiële scepter zwaaide op de administratie, zoals de beheersdienst toen nog heette. Willem vond het maar flauwe kul, maar goed, de commissaris had zijn toestemming gegeven, dus kon hij er weinig tegen in brengen. Wel gaf hij Jan de waarschuwing mee, het redelijk te houden.

Bij V&D werd de garnituur voor de boom gekocht, waarna Jan vroeg, of hij een blanco bon mee kon krijgen. Aan het bureau werd de bon netjes met de schrijfmachine ingevuld en het resultaat was, dat er voor bijna fl. 500, aan ballen in de boom zouden hangen. Met een stalen gezicht werd de rekening aan Willem gepresenteerd, die van schrik bijna van zijn stoel viel. "Dit kan niet, dit bestaat niet, dit ga ik niet betalen" stootte hij uit.

Tegen de tijd dat Willem in de gaten had, dat hij belazerd was, stond in de wacht een allerliefste kerstboom een zodanige sfeer uit te stralen, dat hij Charles Dickens' Scrooge "nog tot mildheid zou stemmen. "

Alarm Consulaat

Op een ochtend werd door het Turkse Consulaat de melding gegeven, dat van de auto van één der medewerkers, die voor het gebouw stond geparkeerd, het kofferdeksel open stond, terwijl dit niet hoorde. Inderdaad, op de meldkamer was dit ook te zien en Frank werd belast met het onderzoek.

Eerst liep hij enkele malen om de auto heen en wierp een blik in de kofferruimte, waar hij ook niet wijzer van werd. Tenslotte begon hij voorzichtig aan de auto te schudden in de veronderstelling, dat wanneer hij dit maar zachtjes deed, de auto ook zachtjes uit elkaar zou klappen. Toen ook dit geen zoden aan de dijk zette, besloot hij om met de hem ter hand gestelde sleutels het portier te openen. De auto was voorzien van een elektrische deurvergrendeling en zodra de sleutel werd omgedraaid klonk er een zacht gezoem, waardoor Frank van schrik een meter de lucht in sprong.

Aan het bureau was alles te volgen, behalve het geluid, maar er was niet veel fantasie voor nodig om dat erbij te denken, zodat Frank aan het bureau niets meer uit hoefde te leggen.