Boeiende humor - Deel 6

Boeiende humor - Deel 6

De stinkbom

Van Fred, die bij Jeugd en Zeden werkte, had ik een stinkbom gekregen, zo'n glazen capsule, die als je hem brak, de stank veroorzaakte van ..... nu ja, dat is bekend.

Nu kan zo'n ding bij mij nooit lang leven, dat ligt niet in mijn aard. Dus brak ik hem in de wacht, helaas vlak bij het gasstel, maar dat vond ik juist zo'n mooie plek. Ik ben zelf weggevlucht voor de stank, die werd zelfs mij te erg. Na een uurtje binnenstad kwam ik weer in het bureau.

Twee stoere mannen van het GEWB waren bezig de gasleiding af te zepen. Het stonk nog steeds. Belangstellend vroeg ik hun, wat ze aan het doen waren; je kunt er ten slotte altijd van leren. "Ruik je die gaslucht niet?" vroegen ze mij. Ik begon nattigheid te voelen. "Dat is toch geen gas" zei ik. Ze keken mij aan met de meewarige blik van de deskundigen en gingen door met hun werk.

Ik besloot de zaak op te biechten; beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. "Brigadier" zei ik tegen mijn wachtcommandant, ja nog steeds dezelfde, zou hij dan toch gelijk hebben, dat ik die nagel aan zijn doodskist was "ik geloof, dat de zaak uit de klauw begint te lopen". "Hoezo, mijn jongen" antwoordde de brigadier. Ik vertelde hem van de stinkbom. Eerst werd hij lichtrood, toen donkerrood, vervolgens paars en toen ik het ergste voor hem begon te vrezen barstte hij uit in een schaterlach. "Ga het ze hun maar vertellen" gierde hij. "Dat heb ik al gedaan, maar ze geloven mij niet" was mijn antwoord.

De brigadier nam die taak maar voor mij waar. Nijdig verliet het GEWB weer het bureau. Pas toen hoorde ik, dat ze opgeroepen waren voor dit noodgeval. Ze zaten in de schouwburg, net naast het bureau, op de afscheidsreceptie van één van hun collega's. Vervolgens moesten ze naar hun werkplaats om zich om te kleden om dan na een inspannende bezigheid te horen, dat het een geintje was.

De dirigent

Er werd veel ingebroken in de binnenstad. Telkens kregen we te horen, dat de dader op een fiets was weggereden met een tas op de bagagedrager. Rijdend op de Singel zag ik een man fietsen, moeizaam voorover gebogen en met één hand een tas op zijn bagagedrager in evenwicht houdend.

De tas zag er vol uit. "Bingo" dacht ik, daar zullen we hem hebben. Ik liet de man stoppen en vroeg hem, of ik in de tas mocht kijken. Dat mocht dus niet en daar stond ik met mijn miskend gezag. Ik moest doortastend optreden, hoe langer ik wachtte, hoe meer mijn gezag werd aangetast. Ik heb de man dus aangehouden en meegenomen naar het bureau.

Ten overstaan van de wachtcommandant Lieftink, de man kreeg zo langzamerhand een punthoofd van mij, werd de tas geopend. In plaats van de buit van een inbraak zagen wij allemaal kerkboeken. De man was dirigent van het plaatselijk Christelijk Koor. De repetitie was al uitgelopen en tot slot was hij nog door zo'n snotaap van een agent aangesproken. Dat werd hem te veel.

De brigadier bood zijn excuses aan de man aan. En ik daarna de mijne aan de brigadier. Ik had niet de indruk, dat hij mij begreep.

Koffiezetten

We hadden een schoonmaker, een beste man, die 's morgens altijd het goede met ons voorhad. Sander heette de man. Sander begon altijd om 06.00 uur. Het eerste wat hij deed, was water voor de koffie opzetten. Of het voor hemzelf was, of dat hij het voor ons deed, weet ik niet. We profiteerden in elk geval wel van zijn koffie.

Op een morgen had ik enkele kanonslagen vastgeplakt op het gasstel, zodanig, dat de lonten richting pit wezen. Ze waren van boven niet te zien. Sander begon zijn ritueel en stak het gas aan. Ik hield mijn adem in. Er kwam een klap, waarna de ketel ontdaan bleek te zijn van de bodem.

Ik heb zelf een nieuwe ketel gekocht, maar Sander zette geen koffie meer voor ons.

Kanonslag

Ik had vaker wat met vuurwerk. Het was er gewoon en ik kon mij er niet aan onttrekken. Zoiets overkomt je gewoon.

Er was een bankoverval geweest op het Noorderplein. Na afloop van de actie zit een ieder koffie te drinken in de wacht, de vuurwapens nog doorgeladen. Ik rommelde in mijn kastje en het noodlot rolde mij tegemoet: de kanonslag. Ik stak hem aan en gooide hem van mij af. Hij kwam precies onder de voet terecht van Henk, die een kopje koffie liet steunen op zijn knie. Er volgde een explosie; zoiets kon geen knal meer genoemd worden. In één klap was er een rookgordijn ontstaan, gevolgd door paniek. Toen het rookgordijn was opgetrokken, bleek de hak van zijn laars te zijn verdwenen, de koffie droop van het plafond en iedereen zat met lijkbleke gezichten.

Ik begreep, dat ik nu te ver was gegaan. Dat werd mij ook duidelijk gemaakt in een gesprek onder 4 ogen, dat ik toen met de commissaris voerde......

Arrestant afvoeren

Op een dag moest er een dronken man afgevoerd worden. Een routineklus, die met de DV 6 geschiedde.

De man werd opgepikt in de Grote Overstraat en in de bus geduwd. Banken zaten er niet in, dus men moest op de grond zitten. Lammert nam de taak op zich op de man te bewaken en ging dus naast hem op de bodem zitten, uiteraard wel bij het achterportier. De bus zette zich in beweging, doch dit ging met zo'n schielijke beweging gepaard, dat de deur openvloog en Lammert met een sierlijke boog op het wegdek belandde.

De chauffeur had niets in de gaten, totdat hij door de arrestant op de hoogte gebracht werd.

Beoordeling

De leiding op de recherche bestond uit een adjudant en twee brigadiers. De brigadiers mocht je wel met hun voornaam aan spreken, de adjudant niet.

Op een gegeven moment werd brigadier Dick beoordeeld. Na afloop van het beoordelingsgesprek kwam hij met een stuurs gezicht de kamer op. Brigadier Gerrit vroeg hem, wat er aan de hand was. Eerst wilde Dick er niets over zeggen, maar toen barstte hij los: De adjudant was van mening, dat het planten water geven geen taak voor een brigadier was, en dat terwijl Dick zo hartstochtelijk van planten hield. Ook had de adjudant Dick eens betrapt met een seksblaadje, hetgeen ook geen pas gaf, terwijl Dick daar ook zo'n liefhebber van was. Gerrit werd woest. Als zoiets al in een beoordeling moest komen te staan, hoefde het voor hem niet meer. Hij begon al met de planten te verzamelen en stond op het punt om ze het raam uit te gooien, toen hij de grijnzende koppen van Dick en de adjudant zag.

Toen begreep hij, dat hij ertussen genomen was. Zijn woede zakte voorlopig nog niet, doch gold nu iemand anders.

De Bok

Er was een melding binnengekomen, dat er een bok was aan komen lopen. Kijk, zoiets gebeurt mij nou nooit, maar anderen wel weer; zo heeft ieder zijn eigenaardigheden.

De bok werd opgehaald in de DV 6 met de bedoeling hem naar het asiel te brengen. Op weg daar naartoe kwam via de mobilofoon het bericht, dat er een forse vechtpartij op de Brink gaande was. Gerard, die de auto bestuurde, bedacht zich niet lang en stuurde ook richting Brink. Daar aangekomen stopte hij de auto. Er werd op dat moment nog volop gemept. Hij waarschuwde de mensen aan de kant te gaan in verband met het komende gevaar. Iedereen dacht, dat nu de hond op het strijdtoneel zou verschijnen. Een homerisch gelach ontstond, toen Gerard de bok uit de auto haalde en daarmee tussen de gelederen flaneerde.

Van een vechtpartij was toen geen sprake meer.

Ruud Gullit

Ronald is een heel rustige jongen. Een knul, waar je wel op aankunt, maar die het initiatief tot de leukere zaken des levens graag aan anderen overlaat.

Er was een inbraakmelding op een school tijdens de nachtelijke uren. Al het personeel ging er naartoe en Ronald ook. De school werd doorzocht, maar de inbrekers waren reeds verdwenen. In een openstaande kast vond Ronald echter een Ruud Gullit pruik, waarschijnlijk door een leerkracht afgenomen van een provocerende leerling. En nu kon Ronald zich niet meer beheersen. Hij zette de pruik op zijn hoofd en sloop naar de hoofdingang, waar hij wist, dat er een collega stond. Hij dook plotseling met een hevige kreet op. De collega schrok inderdaad behoorlijk, evenals de burgemeester, die toevallig de plek des onheil had bezocht en met de collega stond te praten.

Een mooie meid

Jan en Kees reden door de Grote Overstraat. Daar liep een meisje, dat de juiste proporties had, een leuk snoetje en verder aan alle verwachtingen voldeed, die een jonge collega als Kees zich voor kon stellen. "Dat is nou een meid" zei Kees, "Waar ik best eens wat pret mee zou willen hebben."

"Dat kan" zei Jan en stopte de auto bij het meisje. "Mag ik je voorstellen aan mijn dochter Inge?"

De hoed

In de jaren, direct na de oorlog, was er een afdeling Politieke Recherche. Derk, mijn latere brigadier, deed dienst op die afdeling.

Eén keer in de maand kwam er een ambtenaar uit Den Haag om de zaak wat bij te praten. Deze man had, zoals in die tijd gebruikelijk was, een grijze gleufhoed, die hij altijd op een wat plechtige manier afzette en aan de kapstok hing. Op een gegeven moment besloot Derk om een krant in de binnenrand te vouwen. Na afloop zette de man de hoed weer op. Het ging wat moeilijker, maar het lukte.

Een maand later kwam de ambtenaar weer op bezoek, deed zijn hoed weer af en zie: op 's mans voorhoofd tekende zich een kleine streep af. Besloten werd om een tweede krant erin te vouwen. Weer ging het moeilijker, maar de hoed zat dan toch. Dit ritueel heeft zich daarna nog een keer herhaald. De man had inmiddels een manier gevonden om de hoed goed te plaatsen: Met beide handen trok hij aan de rand, totdat de hoed zat.

Ten lange leste werden de kranten verwijderd. De hoed werd op de inmiddels aangeleerde manier opgezet en tot stomme verbazing van de ambtenaar zakte de hoed hem tot over de ogen.

Gast aan tafel

Op dezelfde afdeling deed Jan ook dienst. Hij vroeg de ambtenaar eens, of hij met hem mee naar huis wilde gaan tussen de middag. De ambtenaar, blij verrast over deze gastvrijheid, nam de uitnodiging graag aan.

Jan vroeg hem wel rekening te houden met het gehoor van zijn vrouw, dat was namelijk niet zo best. De ambtenaar dankte Jan voor deze tip en zou er rekening mee houden. Jan belde op een andere kamer zijn vrouw op om haar voor te bereiden, dat hij een gast meenam. "Maar hou er rekening mee, dat de man wat slechthorend is" vertelde hij erbij. Dat was beslist niet tegen dovemansoren gezegd.

Later vertelde Jan met smaak, hoe de middagmaaltijd bij hem schreeuwend was verlopen.

Afstandsbediening

Eind 60 er jaren raakten de kleuren t.v.'s met afstandsbediening in zwang. Een hele vooruitgang om vanuit je luie stoel de t.v. te bedienen.

De apparatuur was echter nog niet zo geavanceerd als tegenwoordig en had de bijwerking, dat ze ook door muren heenging. Dat was niet zo'n probleem, want nog lang niet iedereen had de luxe van een afstandsbediening, zodat er weinig klachten waren. Jan had er wel één. Zijn overbuurman ook. Deze man zat woensdagsavonds fijn sport te bekijken, daarbij zijn t.v. vanuit zijn stoel bedienend. Jan stond op straat met zijn afstandsbediening en succes was verzekerd. Telkens versprong het beeld van zijn overbuurman naar een ander kanaal, waarbij een steeds geïrriteerder overbuurman "zijn" voetbalwedstrijd weer opzocht. Ten lange leste werd de TV maar afgezet, want er viel niet meer naar te kijken.

Of er de volgende dag een monteur naar het toestel gekeken heeft is helaas nooit bekend geworden.

De sectie

De man was met een pistoolschot om het leven gebracht en lag nu in het mortuarium. Dr. Zeldenrust zou de sectie verrichten.

Voor die tijd zou ik hem duidelijk moeten maken, dat we erg veel belang hadden bij de kogel, daar die ons een indicatie van het wapen kon geven. Ik zei tegen de assistent, dat ik het wel op zou schrijven, aangezien die ouwe zo doof als een kwartel was. De assistent, die anders vrij luidruchtig was, zei niets, maar keek me alleen maar aan. Dr. Zeldenrust kwam naar me toe en zei: "Daar ligt een mes, ga je gang maar.

Toen zag ik, dat dr. Zeldenrust een nieuwe bril had...... met gehoorapparaat ingebouwd.

De plant

Derk en Jan hadden weer hun jaarlijkse voorstelling gegeven van hun St. Nicolaas act voor kinderen in Lettele. Dat deden ze ieder jaar en werd erg op prijs gesteld.

Van al dat gemier met kinderen hadden St. Jan en Zwarte Derk goed dorst gekregen. Toen ze dan ook een café in Schalkhaar passeerden, konden ze geen weerstand bieden en gingen naar binnen. De hele kroeg was versierd met bloemen en planten. Op één van de kaartjes lazen ze: "Van harte gefeliciteerd met uw 12½ jarig jubileum. De cafébaas was nog niet in de zaak. Jan bedenkt zich niet lang en grist een plant uit de vensterbank. Derk zegt: "Joh, dat kun je niet maken", maar volgens Jan merkt niemand hier iets van. Toen de cafébaas van achteren kwam, werd hem door Jan met een pokerface de plant overhandigd. "Kijk" zei hij, "we wisten van je jubileum af, en wilden niet met lege handen aankomen." "Jongens, dat was niet nodig geweest hoor, wat kan ik je inschenken?" was de reactie.

Jan en Derk hebben er een genoeglijk uur doorgebracht en bij vertrek wilde de cafébaas van geen betaling weten.

Rondleiding bureau

Destijds hadden we een hoofdinspecteur, die je nooit rechtstreeks vertelde, als er iets fout gegaan was. Hij deed dat op een speciale en heel milde manier. We hadden net het nieuwe bureau aan het Muggenplein betrokken en werden overstelpt met verzoeken tot rondleiding.

Op een avond was het mijn beurt om een groep rond te leiden. Het betrof de plattelandsvrouwen, afdeling Deventer. Ik had er niet echt zin in, maar probeerde mij toch van mijn taak te kwijten. Bij de technische recherche, waar ik toen werkzaam was, kon ik veel vertellen over sporen e.d. Vervolgens volgde de rest van het bureau. De kamer van commissaris Hanken werd bewonderd en daarna de kamer van hoofdinspecteur Olijdam. Toen ik deze deur opende deed ik dit met de woorden: "En dames, dit is de slaapkamer van onze hoofdinspecteur".

Een beleefd gelach was het gevolg.

Na het kopje koffie in de kantine kon ik de dames het bureau uitloodsen, waarna ik ook naar huis kon gaan.

De volgende ochtend werd ik door de hoofdinspecteur bij zich geroepen. Hij gaf mij zijn complimenten over de goede wijze, waarop ik gisteren de rondleiding verzorgde.

"Dit weet je waarschijnlijk niet" zei hij "maar mijn vrouw is voorzitster van de plattelandsvrouwen in Deventer en ze was zeer lovend over jou".

Op dat moment wenste ik een paar honderd kilometer verder te zitten......