Boeiende humor - Deel 7

Boeiende humor - Deel 7

Overstroming

In het oude bureau werd de afwas van de recherche altijd gedaan in de spoelbakken van de donkere kamer van de TOD. Zodoende zijn er vaak foto's afgeleverd met koffievlekken. Precies onder de donkere kamer bevond zich het kantoor van de hoofdinspecteur. Deze kamer was voorzien van een fonteintje, waarvan de afvoer uitkwam op dezelfde buis als die van de spoelbakken van de TOD.

Op een ochtend was de afwas weer gedaan en bijna gelijktijdig werd een tweede spoelbak geleegd. Even later kwam de hoofdinspecteur Olijdam naar boven en vroeg, of wij het wat kalmer aan wilden doen, aangezien zijn fonteintje iets was overgelopen. Dat had hij beter niet kunnen zeggen. 's Middags moest er weer worden afgewassen. Er werd toen ruim zeep gebruikt, beide spoelbakken werden tegelijk geleegd en de kranen werden opengezet. De kamer eronder stond blank. Het woord opzet kwam niet op in de gedachten van de hoofdinspecteur. Zijn enige reactie was: "Tja, dat heb je nu eenmaal met zo'n oud gebouw."

Dezelfde dag kwam er een loodgieter om een nieuwe afvoer te maken.

De schaatscrack

Er waren enkele parkeerbonnen uitgeschreven bij het IJsselstadion op de plek, welke gereserveerd is voor ambulances.

Ik zat 's avonds portier, toen Kees Verkerk, één van de schaatscracks van die tijd, binnen kwam stormen. Hij legde een parkeerbon voor mijn neus en vroeg, wat dat te betekenen had. Ik legde hem uit, dat dat nu een parkeerbon was. "Weet u wel, wie ik ben?" vroeg Kees. "Geen idee" zei ik, "maar weet u toevallig wie ik ben?" Dat wist Kees weer niet. Ik legde hem uit, dat ik de agent was, die de bon had uitgeschreven, en vroeg of hij wilde betalen of voorkomen. Kees griste de bon weg en verliet het bureau."

Later hoorde ik, dat hij veroordeeld is tot twee keer de boete.

Ochtendhumeur

De chef van de verkeersdienst heette Aris. Voor de koffie moest je bij hem niet aankomen met iets. Een snauw was dan het antwoord. Voor de koffie voerde hij ook nooit iets uit. De rest van de dag was hij druk, maar voor de koffie moest hij nog op gang komen.

Op een ochtend stapte hij precies op tijd binnen, snauwde iedereen goede morgen, pakte een schrijfmachine, en begon zo hard te typen, dat er bijna rookwolkjes uit de machine kwamen. We keken elkaar verwonderd aan, maar durfden voor de koffie niets te vragen. Na de koffie gaf Aris een verklaring: Hij had met de ochtendpost een aanslagbiljet van de belasting gehad en daar was hij het niet mee eens.

Hij had dus een bezwaarschrift ingediend, vandaar.

Bijnaam

Aris had een bijnaam. Hij werd "De Schimmel" genoemd. Waarom kon niemand vertellen. Aris woonde in hetzelfde flatgebouw als Joop en Paulien .

Joop kwam vaak thuis met verhalen over "De Schimmel" En Paulien begreep wel, wie hij bedoelde. Paulien wist trouwens niet hoe Aris met de achternaam heette, dat was haar nooit verteld. Op een ochtend ontmoette Paulien Aris op de trap.

"Goedemorgen, mijnheer Schimmel" groette ze Aris beleefd.

Het telefoontje

Jaren geleden participeerde ik een tijd in een drugsteam, dat onder leiding stond van Dick Wiessenberg.

We hadden een hoop lol. Op een gegeven moment gaat de telefoon over, Dick pakt hem aan en meldt zich met "De Waard". "Goedemorgen mijnheer De Waard" krijgt Dick te horen. "Is mijnheer Wiessenberg ook aanwezig?"

"Ik zal u even doorverbinden" zegt Dick, klikt een paar keer met de telefoon en heeft daarna vijf minuten met verdraaide stem staan te praten.

Roken of pijpen

Hans deed enkele weken dienst op de TOD. Samen met hem ging ik naar een inbraak. De bedrijfsleider bood ons een sigaret aan. "Nee, dank u" zei Hans. "Ik rook niet en mijn collega pijpt".

Ik dacht dat ik door de grond ging, maar de bedrijfsleider reageerde laconiek: "Ik geloof, dat dit iets anders is".

Geen personeel

Op een ochtend meldt de RP 47 zich in via de mobilofoon. Dat was de auto van Diepenveen. Ze hadden een dronken bromfietsbestuurder aangehouden en vroegen ons, of we de bromfiets op konden halen.

Op dat moment waren de collega's naar twee zaken toe, en we hadden geen personeel over. Dat werd de RP 47 dan ook medegedeeld. Even later melden ze zich weer in en vragen of ze gebruik mogen maken van ons ademanalyseapparaat. Dat was uiteraard geen probleem.

Inmiddels waren de collega's teruggekomen van de meldingen, die loos alarm bleken te zijn. Toen de RP de binnenplaats opkwam, zaten de collega's dan ook allemaal aan tafel. Plotseling werd er een pakje kaarten tevoorschijn getoverd en toen de collega's uit Diepenveen binnen kwamen werden ze geconfronteerd met een geconcentreerd stel klaverjassers.

"Ik was een minuut lang kwaad" bekende één van de Diepenveners, "toen zag ik de humor ervan in."

Identificatie

Tijdens mijn vakantie dook een lijk op in de IJssel.

Een identificatie was noodzakelijk voor justitie. Henk had nog niet zo veel ervaring daarmee en vroeg, wat er dan gebeuren moest. Teo, een collega van de recherche, zei, dat er een tandstatus opgemaakt diende te worden. Er was één probleem: de tandarts wilde het lijk niet zien. Teo stelde dus voor om een prop kranten in de keel te duwen en daarna de mondholte vol te gooien met gips. Henk ging er serieus op in en martelde zich het brein, hoe hij hier onderuit kon komen, totdat Teo hem vertelde, dat het een grap was en de tandarts onderweg was.

Garageperikelen

Toen ik terug kwam van vakantie, moest ik lachen om dit verhaal; het was te absurd om daar serieus op in te gaan. Henk vond dit niet leuk. Mijn auto had een grote beurt nodig en moest naar garage Jansen. Henk reed achter mij aan en pikte mij bij de garage op. Jansen vroeg mijn telefoonnummer voor eventualiteiten. Ik vertelde Henk, dat ik op weg naar mijn vakantiebestemming over een stuk ijzer gereden ben, maar dat we prachtig zijn geholpen door de Wegenwacht.

Halverwege de ochtend werd ik vanwege garage Jansen gebeld. Ze vroegen mij, wat ik met de auto had uitgehaald; de hele trein was ontzet. sprong in de dienstauto en karde naar Jansen toe. Het viel mij wel op, dat gelijk met mij een surveillanceauto het bureau verliet en achter mij aan bleef rijden, totdat ik bij Jansen afsloeg, maar ik vestigde er verder geen aandacht aan.

Bij Jansen aangekomen, zei ik, dat ik er was. "Dat zie ik" zei Jansen, "maar wat kom je doen? De auto is nog niet klaar." Ik vertelde hem, dat ik was gebeld door hen, maar dat ontkende Jansen. "We zijn nog helemaal niet aan je auto toegekomen." Vervolgens vertelde hij mij, dat een zwager van hem bij de politie werkte, en dat ze daar wel eens grapjes uithalen.

Toen ging mij een licht op: de wraak van Henk om mijn uitlachen was bijzonder zoet geweest.

Legitimatiebewijs

Fred kon goed foto's retoucheren. In de loop der jaren heeft hij daar een specialiteit mee opgebouwd. Gerard was toe aan een nieuw legitimatiebewijs en vroeg daarom een foto. Toen het legitimatiebewijs klaar was vroeg Fred of hij het nog even mocht hebben. Over de foto heen plakte hij dezelfde foto van Gerard, maar nu volkomen scheel geretoucheerd. Vervolgens plakte hij er plastic folie overheen, zodat de vervalsing niet opviel. Gerard nam het legitimatiebewijs in ontvangst, keek er naar en gooide het kwaad op het bureau van de administratiemedewerker. "Dit pik ik niet" was zijn reactie ".

Kerstbomen

In Lettele woonde er een collega van de Rijkspolitie. Gait van Petersen genaamd. Gait had een bosperceel waar allemaal kerstbomen op stonden. Tegen Kersttijd had hij hier een goede handel aan.

Gerrit, onze recherche chef zocht een kerstboom. Waar kon hij die beter halen dan bij Gait, tenslotte zijn collega's er om elkaar te matsen. Toen Gerrit bij Gait kwam en vroeg, of hij een kerstboom voor hem had, was dat voor Gait geen enkel probleem. Gerrit mocht hem zelf uitzoeken en Gait zou de boom dan omhakken. Verser kon het al niet.

Toen de boom was omgehakt en op juiste lengte was gebracht, pakte Gerrit zijn portemonnaie, haalde er een briefje van fl. 25, uit en vroeg pro forma aan Gait, wat de boom hem kostte, ervan uitgaande, dat de boom voor nop was.

Gait pakte hem het briefje uit de hand en zei, dat het precies gepast was.

De Kerstkaart

Gerrit vertelde dit verhaal aan het bureau. Dat had hij beter niet kunnen doen.

Er werd een kerstkaart gekocht, geadresseerd aan Gerrit, voorzien van de tekst: "Prettige kerstdagen en een gelukkig Nieuwjaar, afzender familie Van Petersen, Lettele ". Om het echt te lijken werd de kaart in Diepenveen op de bus gedaan.

Gerrit heeft niet een echt fijne kerst gehad; de boom grijnsde hem in de kamer toe.....

Voorgeleiding

Een arrestant mocht vroeger alleen aan een inspecteur of hoger worden voorgeleid. Toen werd er besloten, dat de adjudant van de recherche daar ook bevoegd toe was. Destijds was "Ome Klaas" de chef.

Toen hij zijn eerste voorgeleiding achter de rug had, wreef hij zich in de handen en zei halfluid in het bijzijn van een andere adjudant: "Dat is mooi meegenomen, fl.75, extra voor een voorgeleiding." Deze woorden vielen in juiste aarde: de andere adjudant liep er met beide benen in en vond het groot onrecht, dat zo'n voorrecht slechts 1 adjudant betrof.

Henk's dochter

Henk had een dochter, Jeannet. Ze zag er aardig uit en daar gedroeg ze zich ook naar. Ze speelde gitaar en zong daarbij. Henk vond dat mooi.

Nadat we haar eens hadden horen zingen op een feestje, bleek onze mening toch wel behoorlijk met die van Henk te verschillen, maar goed, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Toen maakte Henk de fout om de collega's van zijn ploeg tijdens de nachtdienst te verblijden met een bandopname van zijn dochter. "Zelf opgenomen" verklaarde hij trots. "Moet je eens horen hoe goed".

We wisten niet of die opmerking sloeg op zijn kwaliteit als opnametechnicus of de kwaliteit van het gekweel van zijn dochter. Toen we de band hadden aangehoord, waren we van beiden niet onder de indruk. Gelukkig moest Henk twee uur de straat op. De recorder bleef onbeheerd in de wacht achter.

Na een uur besloten we om ook een bandopname te maken. De bediening van het apparaat maakte het niet noodzakelijk daar een diepgaande opleiding voor achter de rug te hebben. Tegenover de wacht was de wc. Gerrit zou zorgen voor de geluiden, en wij namen het wel op. Gerrit kweet zich uitstekend van zijn taak. Compleet met gesteun en een dikke wind. Vervolgens de ceremonie met het papier, waarna de wc. werd doorgetrokken. Het stond er feilloos op. Toen Henk na zijn surveillance weer binnenkwam vroegen we heel schijnheilig, of hij de band nog eens voor ons wilde draaien. Blij verrast en met de glimlach van de overwinnaar voldeed Henk aan het verzoek.

Na de eerste seconden verdween de glimlach en toen waren de rapen gaar.